spacer naam spacer
spacer
nieuws biografie links zoeken evenementen contact
spacer
home arrow Magda actief arrow Stop de straffeloosheid van de verkrachtingen in Congo
Stop de straffeloosheid van de verkrachtingen in Congo PDF Afdrukken
dinsdag, 20 december 2005

Bron: Magda De MeyerDit weekend stemden 60 miljoen Congolezen over een nieuwe grondwet. In artikel 15 van deze grondwet wordt seksueel geweld dat gebruikt wordt als oorlogswapen, bestempeld als een misdaad tegen de menselijkheid die zwaar bestraft wordt. Kamerleden Magda De Meyer en Inga Verhaert (sp.a) roepen de Belgische regering op het voortouw te nemen in de strijd tegen de verkrachtingen in Congo. Hun vrije tribune ter zake verscheen op 17/12 in De Standaard. De volledige tekst vindt u door verder te klikken. Magda was als parlementaire waarnemer ook present in het oosten van Congo, waar ze een aantal initiatieven bezocht van vrouwen die zich het lot aantrekken van slachtoffers van verkrachtingen: schrijnende en ronduit dramatische verhalen. Magda wil dat er vanuit ontwikkelingsamenwerking meer middelen gaan naar de uitbouw van een netwerk aan opvanginitiatieven voor verkrachte vrouwen in Oost-Congo.

Met zo’n 40.000 zijn ze intussen. De verkrachte, vaak verminkte, vrouwen en meisjes in Congo. Dat zijn cijfers die volgens Amnesty International hun gelijke niet kennen in andere conflict gebieden. Artikel 15 van de ontwerpgrondwet is belangrijk, maar wat deze mesijes en vrouwen werd aangedaan op fysiek en psychologisch vlak kan moeilijk door de grondwet worden rechtgetrokken.
Vorige week kwamen getuigen uit Congo in de Kamer van Volksvertegenwoordigers hun schrijnend relaas doen. Verhalen van groepsverkrachtingen, verminkingen, folteringen en een onwaarschijnlijke wreedheid tegen vrouwen en kinderen in Congo werden op een waardige, maar moeizame manier verteld aan een groep parlementairen die zich buigen over bevolkings- en ontwikkelingsproblematiek. Niemand lijkt in Congo nog veilig te zijn voor dit soort geweld. De verkrachtingen gebeuren bij meisjes van 2 jaar net zo goed als bij vrouwen van 80. Recent worden ook meer en meer jongens en mannen het lijdend voorwerp van seksueel geweld. En toch zwijgt Congo. En zwijgt de internationale gemeenschap. Want seksueel geweld is taboe. En wat meer is, het is de laatste jaren steeds meer synoniem geworden van oorlogsgeweld.
Terwijl de wereld zo langzamerhand verkrachtingen en seksueel geweld catalogiseert als een jammerlijk maar onvermijdbaar verschijnsel in conflictgebieden, dreigt meteen ook een gevaarlijke onverschilligheid. Vanuit de redenering dat dit soort zaken nu eenmaal bij oorlog horen, wordt meteen een excuus aangereikt om niet buitenmatig aanstoot te nemen aan dit perfide geweld tegen de zwaksten. En dat is ontoelaatbaar. Want de slachtoffers van dit geweld, voor zover ze al niet meteen na de geweldplegingen overlijden, zijn getekend voor het leven. En wat meer is, ze blijven gestigmatiseerd door een samenleving die niet de dader, maar het slachtoffer viseert. Zij die de gruwel dus overleven, kunnen niet eens rekenen op begrip of medeleven, laat staan medische of psychologische hulp.
Maar er is nog mee aan de hand dan de schrijnende situatie in het strijdgebied. Ook in die Congolese gebieden waar er niet direct gevochten wordt, is seksueel geweld de norm aan het worden. Ondanks de stopzetting van de oorlog in Congo gaan deze verkrachtingen immers onverminderd door, meer nog, de wreedheid en het sadisme nemen hand over hand toe . Zowel de rapporten van Human Rights Watch als van onze eigen Gentse universiteit getuigen dat geweld tegen vrouwen op bepaalde plaatsen en zeker in het oosten van het land de norm is geworden. En dus is het bestempelen van verkrachting als oorlogswapen wat te eenvoudig. Want wat is het dan in zogenaamde vredestijd? De straffeloosheid die nu bestaat maakt dat het geweld zowat overal ingeburgerd raakt. Het is een misvatting te denken dat het enkel gewapende bendes of militairen zijn die zich schuldig maken aan de vergrijpen. Het zijn evengoed burgers. En slachtoffers die dagelijks oog in oog staan met hun verkrachters, durven geen klacht neerleggen, in veronderstelling dat er al een juridisch apparaat zou zijn om hun klacht te noteren. Zonder ingrijpen dreigt Congo in volledige bandeloosheid te vervallen. De normenloosheid is een bedreiging van de samenlevingsopbouw die sowieso al veel moeilijkheden kent na jarenlang conflict. Maar als aan deze problematiek niet de nodige opvang en aandacht wordt geschonken, wordt in Congo stilzwijgend een bom gelegd onder verdere democratisering. Het trauma van tienduizenden, wellicht méér, mensen laat zich immers niet ongestraft verzwijgen. Het lijdt onvermijdelijk tot spanningen en meer conflicten, dat tonen andere conflictregio’s door de eeuwen heen aan.
Om aan het probleem een begin van een einde te proberen stellen, heeft de parlementaire werkgroep voor bevolking en ontwikkeling een resolutie uitgewerkt die op 8 december jl. werd goedgekeurd door de Kamer van Volksvertegenwoordigers. De tekst bepleit vooral een voortgezette en opgedreven steun aan de aanpak van de straffeloosheid die heerst in Congo. Zonder die straffeloosheid kan de vrouw in Congo ook eigen rechten beginnen opeisen en uitbouwen. Vanzelfsprekend hoort bij dit proces ook een solide regeling van de rechten van ongewenste kinderen die zijn voortgekomen uit de verkrachtingen. En aan psychologische begeleiding, want wat te doen met de tegenstrijdige gevoelens van liefde voor een kind en haat voor een verkrachter?
Het is noodzakelijk dat de Belgische regering verder bijdraagt tot de ontwikkeling, verbetering, versterking en implementatie van Congolese en internationale initiatieven inz. hulpverlening, gezondheidssystemen (o.a. gericht op hiv/aids) en capaciteitsopbouw. Meer zelfs, het is de dure plicht van de internationale gemeenschap met België op kop om ervoor te zorgen dat de verkrachtingen stoppen, er verzorging wordt geboden aan de slachtoffers zowel lichamelijk als geestelijk en dat de daders gestraft worden. Om het proces sluitend te maken, moet er ook de nodige aandacht zijn voor de geweldplegers. In het bijzonder de leden van de strijdkrachten, politiediensten en gedemobiliseerde (kind)soldaten. Maar evengoed voor de burgerbevolking in het algemeen. Want de lijn tussen de ‘strijdende’ partijen is allerminst duidelijk. De schuld eenzijdig leggen bij deze of gene groepering, ethnie of nationaliteit is simplistisch en gevaarlijk. Dat zou weerom een excuus kunnen zijn om weg te kijken. En dat staat gelijk aan schuldig verzuim.
Rechten van vrouwen en kinderen mogen geen dode letter blijven. Dat is de grote uitdaging van het democratiseringsproces dat dit weekend in Congo van start ging.
Magda De Meyer en Inga Verhaert (sp.a kamerleden)
Zie ook volgend artikel: Referendum over nieuwe grondwet in Congo

home

sociale zaken
mantelzorg
volksgezondheid
dierenwelzijn
tewerkstelling
wetsvoorstellen
Waasland-Magda
Magda actief
consumentenzaken
leefmilieu
vragen in de kamer
Temse
Archief